De grote romantische gevoelens als nostalgie, heimwee en
“Sehnsucht” beleefden in de kunst wellicht hun hoogtepunt in de
negentiende eeuw. We associëren ze met de landschappen van Caspar
David Friedrich, de gedichten van Lord Byron of de opera’s van Wagner.
In onze moderne wereld krijgen deze gevoelens al gauw iets
potsierlijks, en bovendien dreigen ze de speelbal te worden van de
reclame en de massamedia. De wereld is inderdaad ons dorp geworden,
maar dan wel een dorp met alsmaar minder verhalen en geschiedenis. De
voor “Sehnsucht Inc” geselecteerde kunstenaars pogen nieuwe deuren te
openen en nieuwe verhalen te vertellen. Ze kiezen niet de weg van het
vluchtige mediaspektakel, maar vertrouwen op de kracht van het
zorgvuldig gecomponeerde of uitgekozen beeld.
De titel “Sehnsucht Inc” vraagt om wat uitleg. “Sehnsucht” is een erg
beladen term die ook nauwelijks te vertalen valt. “Hevig verlangen” of
“hunkering” komen nog het meest in de buurt. “Sucht”, daar kunnen we
ons wel iets bij voorstellen, maar niet zelden raken we al bij “Sehn”
het spoor bijster. Volgens een wijdverspreid misverstand is het eerste
lid van de samenstelling “Sehnsucht” immers terug te voeren op het
werkwoord “sehen” (zien, kijken). In werkelijkheid is dat woorddeel
afgeleid van “sehnen” (vurig verlangen).
Maar laten we niet te gauw voorbijgaan aan dit misverstand. Misschien
is het nog niet zo gek om zien en verlangen aan elkaar te koppelen. In
de omgangstaal vinden we alvast tal van uitdrukkingen waarin dat
gebeurt. We gebruiken “graag zien” voor “houden van”. We kijken ergens
naar uit of zien iets helemaal zitten. Voor de catalogus van de
tentoonstelling “Bestuifbegeerte” (2003) bedacht de dichter Peter
Verhelst het prachtige woord “oogbolhonger”. Ook in de psychoanalyse
worden zien en verlangen vaak in een adem genoemd, bijvoorbeeld in het
concept van de “kijklust” (Schautrieb).
“Sehnsucht Inc” zou men kunnen vertalen als “Verlangen N.V.”.
Incorporated betekent letterlijk echter ook nog zoiets als
“belichaamd”. De titel van de tentoonstelling verwijst naar het
ongrijpbare, mateloze verlangen dat in de kunst noodgedwongen
veruitwendigd wordt in de concrete, eindige gestalte van het kunstwerk.
Als lichamelijk geïncarneerd object kan het kunstwerk het
verlangen onmogelijk totaal voldoen en dus tot stilstand brengen. In
zijn symbolische waarde kan het hoogstens het verlangen gaande houden,
en dan alleen nog bij de gratie van de blik van de toeschouwer. Ook de
in deze tentoonstelling opgenomen kunstwerken zijn afhankelijk van uw
aandachtige blik. Ik wens u dan ook veel oogbolhonger toe.